DIGITACT.nu – dynamisch, digitaal, didactisch

banner491a OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA banner282a
Stemmingen en herinneringen - soms in kleur, soms in zwartwit. Klik op één van de foto's hierboven. Je kunt dan deze en ook de overige foto's gedetailleerd bekijken. Klik opnieuw om de presentatie te sluiten.

U hebt in een aantal workshops op dit blog bij het aanpassen van foto’s in Photoshop via het deelvenster Aanpassingen al kennisgemaakt met niet-destructieve aanpassingslagen. Daarbij werden de aanpassingen op een aparte laag doorgevoerd die zich boven de originele afbeelding (de achtergrondlaag) bevond. Voldeed een aanpassing niet aan uw verwachtingen, dan kon u de bijbehorende aanpassingslaag eenvoudig weer verwijderen, zonder dat de afbeelding zelf werd gewijzigd.

U kunt lagen in Photoshop het beste vergelijken met vellen doorzichtig papier die op elkaar zijn geplaatst. Door de transparante gedeelten van een laag heen kunt u de onderliggende lagen zien.

Oefenbestanden downloaden

Wilt u de afzonderlijke stappen in deze workshops zelf uitvoeren met dezelfde opnamen als daarvoor gebruikt zijn in het materiaal? Klik dan hier om de ruim 90 bijbehorende foto’s te downloaden tegen een geringe vergoeding.

Lagen en kleurexperimenten

Kleurexperimenten – een kwestie van lagen

Tegenwoordig is al heel veel mogelijk als het erom gaat een indruk te krijgen van hoe iets er uiteindelijk uit zou kunnen zien zonder het meteen in de praktijk te hoeven uitvoeren: een ander kapsel, een idee voor een nieuw huis of nieuw interieur, of misschien een andere kleur voor de gevel van uw woning… In dit gedeelte ‘photoshoppen’ we de gevels van twee monumentale panden in Innsbruck.

In deze afbeelding ziet u het deelvenster Lagen met daarin 4 lagen: de achtergrond (de eigenlijke foto), Laag 1, Laag 2 en de tekstlaag, in dit voorbeeld Kleurexperimenten.

Laag 1 is de laag waarop het pand in het midden is geselecteerd, Laag 2 de laag met het geselecteerde rechterpand en de tekstlaag spreekt voor zich. Standaard heeft elke afbeelding één laag, de zogeheten achtergrondlaag.

Eén achtergrondlaag

Een afbeelding maar één achtergrondlaag kan bevatten.

Door bepaalde selecties in een afbeelding op een aparte laag te plaatsen, kunt u die afzonderlijk en op elk gewenst moment bewerken.

In deze afbeelding zijn de achtergrondlaag en de voorgrondlaag uit de vorige afbeelding tijdelijk onzichtbaar gemaakt door op het oogsymbool te klikken. U ziet dan ook alleen Laag 1 en Laag 2. Door in het lege vakje te klikken, wordt een laag weer zichtbaar.

Voorbeelden hiervan ziet u in de volgende afbeeldingen, waarbij de kleur van het middelste huis en het rechterhuis elk in hun eigen laag werden gewijzigd. Door de betreffende laag te selecteren in het deelvenster Lagen, kunt u er allerlei bewerkingen op uitvoeren, zoals in deze eenvoudige experimenten. Door lagen wel of niet zichtbaar te maken, kunt u naar hartenlust experimenteren en verrassende resultaten bereiken.

Een nieuwe afbeelding bevat standaard één laag, in Photoshop Achtergrond genoemd. Om een afbeelding inclusief alle toegevoegde lagen op te slaan, zodat u ze later eventueel verder kunt bewerken, slaat u het bestand als Photoshop-bestand (*.PSD, *.PDD) op.

U kunt lagen gebruiken om meerdere foto’s te combineren en om tekst of vormen toe te voegen. U kunt laagstijlen gebruiken om een speciaal effect toe te voegen, zoals een slagschaduw of een gloed.

Deelvenster Lagen

Het deelvenster Lagen

In het deelvenster Lagen worden alle lagen, laaggroepen en laageffecten in een afbeelding weergegeven. U kunt het deelvenster Lagen gebruiken voor het weergeven en verbergen van lagen, het maken van nieuwe lagen en het werken met laaggroepen. Aanvullende opdrachten en opties vindt u in het menu van het deelvenster Lagen.

Elke laag in het deelvenster bevat een miniatuurweergave van de bijbehorende laag in de afbeelding. Onder in het deelvenster vindt u knoppen waarmee u onder andere een nieuwe laag kunt maken, een laag kunt verwijderen, een laagstijl kunt toevoegen, enzovoort.

Lagen weergeven

Als het deelvenster Lagen niet zichtbaar is, gebruikt u de opdracht Venster / Lagen om het weer te geven.

Basiskennis

Basiskennis lagen

Enige basiskennis omtrent het werken met lagen is nodig om ze handig te kunnen inzetten bij allerlei werkzaamheden in Photoshop.

U kunt op verschillende manieren een nieuwe laag maken:
  • Klik op de knop Nieuwe laag onder in het deelvenster Lagen.

  • Kies Nieuw / Laag in het menu Laag.

  • Selecteer de opdracht Nieuwe laag in het menu van het deelvenster Lagen.

Als u de laatstgenoemde twee methoden gebruikt, verschijnt het dialoogvenster Nieuwe laag, waarin u de laag desgewenst een andere naam kunt geven. Standaard gebruikt Photoshop hier namen als Laag 1, Laag 2, enzovoort.

Naam van een laag wijzigen

Om de naam van een laag in het deelvenster Lagen achteraf te wijzigen, dubbelklikt u er op, waarna u de naam eenvoudig kunt aanpassen.

De volgorde van lagen veranderen

U kunt de volgorde van de lagen in het deelvenster Lagen eenvoudig wijzigen door een laag met ingedrukte muisknop naar de gewenste positie te slepen in het deelvenster.

Een laag verwijderen

Bevalt een bepaalde bewerking u niet, dan kunt u de bijbehorende laag eenvoudig verwijderen door met de rechtermuisknop op de laag te klikken in het deelvenster Lagen en Laag verwijderen te kiezen in het snelmenu.

Er wordt om een bevestiging gevraagd. Klik op Ja als u de laag daadwerkelijk wilt verwijderen.

Laag snel verwijderen

U kunt een laag in het deelvenster Lagen snel verwijderen door deze eerst te selecteren en dan op de [Del]-toets te drukken. Let op: in dit geval verschijnt er geen melding waarin u het verwijderen dient te bevestigen.

Door lagen toe te voegen, te verwijderen en (on)zichtbaar te maken, kunt u naar hartenlust experimenteren met één foto zonder dat de achtergrondlaag met de originele opname zelf gewijzigd wordt. Dergelijke lagen worden niet-destructieve lagen genoemd zoals we al eerder hebben gezien bij aanpassingslagen.

Van achtergrond naar laag

Als u niet uitgebreid met lagen wilt werken maar wel wilt experimenteren met effecten en filters zonder de oorspronkelijke afbeelding geweld aan te doen, kunt u van de achtergrondlaag heel eenvoudig een nieuwe laag maken.

1.              Open een afbeelding en ga na of het deelvenster Lagen zichtbaar is. Is dat niet het geval, kies dan Venster / Lagen.

2.              In het deelvenster Lagen ziet u de laag Achtergrond, de standaardlaag van elke afbeelding.

3.              Klik met de rechtermuisknop op de laag Achtergrond en kies Laag dupliceren.

4.              Het dialoogvenster Laag dupliceren verschijnt.

5.              Handhaaf de voorgestelde naam Achtergrond kopie of kies zelf een naam voor de laag.

6.              Klik op OK.

7.              De nieuwe laag wordt aan het deelvenster Lagen toegevoegd en bevindt zich óp de originele laag Achtergrond. In het grote voorbeeldvenster ziet u verder geen veranderingen. De nieuwe laag is automatisch geselecteerd in het deelvenster.

Van selectie naar laag

In de volgende workshop gaan we uitgebreid in op het maken van selecties. Hier alvast een voorbeeld en u leert meteen hoe u van een selectie een laag maakt.

1.              Maak een selectie met behulp van het gereedschap Rechthoekig selectiekader.

2.              Klik met de rechtermuisknop op het geselecteerde gedeelte en kies Laag via kopiëren.

3.              Aan de voorvertoning verandert schijnbaar niets. In het deelvenster Lagen verschijnt echter wel een nieuwe laag met de naam Laag 1. De nieuwe laag is automatisch geselecteerd.

4.              Klik in de laag Achtergrond op het symbool van het oog. Het oog verdwijnt en de laag wordt nu verborgen.

5.              In het voorbeeldvenster ziet u alleen nog de laag met het geselecteerde gedeelte.

6.              Maak de laag Achtergrond weer zichtbaar door in het deelvenster te klikken op het lege vierkantje.

7.              Selecteer het gereedschap Verplaatsen.

8.              Zorg ervoor dat Laag 1, de laag met het geselecteerde gedeelte, in het deelvenster Lagen geselecteerd is.

9.              Klik in de afbeelding op het gedeelte dat voorheen geselecteerd was en verplaats met ingedrukte linkermuisknop. U ziet duidelijk hoe de selectie als een tweede laag over de achtergrondlaag wordt verplaatst.

Wat nu het praktische nut is van het omzetten van een selectie naar een laag blijkt niet uit deze oefening. In de volgende workshop, Selecties, maakt u uitgebreider kennis met deze techniek aan de hand van enkele duidelijke voorbeelden.

Laag via kopiëren

U kunt ook gebruikmaken van de opdracht Laag / Nieuw / Laag via kopiëren om van het geselecteerde gedeelte een nieuwe laag te maken.

Laageffecten en laagstijlen gebruiken

Photoshop bevat een groot aantal effecten, zoals schaduwen, gloedeffecten en schuine randen, waarmee u de lay-out van de inhoud van een laag kunt veranderen. Laagstijlen worden gekoppeld aan de inhoud van een laag. Wanneer u de inhoud van de laag verplaatst of bewerkt, worden dezelfde effecten toegepast op de gewijzigde inhoud.

U opent het dialoogvenster Laagstijl door in het deelvenster Lagen op de betreffende laag te dubbelklikken.

Een laagstijl bestaat uit een of meer effecten die worden toegepast op een laag of op een laaggroep. U kunt een van de met Photoshop meegeleverde, vooraf ingestelde stijlen toepassen of u kunt zelf een aangepaste stijl maken met behulp van het dialoogvenster Laagstijlen. U herkent lagen waarop een effect is toegepast aan het pictogram fx rechts van de naam van de laag in het deelvenster Lagen.

We hebben hier de rode koe rechts geselecteerd met het selectiegereedschap Snelle selectie, de selectie gekopieerd naar een laag, deze horizontaal gedraaid via Bewerken / Transformeren en vervolgens voorzien van de laagstijl Groen filter.

Met slimme objecten werken

Slimme objecten zijn lagen met afbeeldingsgegevens uit een Photoshop-afbeelding. In slimme objecten blijven de broninhoud en de oorspronkelijke kenmerken van een afbeelding behouden, zodat u bewerkingen kunt uitvoeren zonder de oorspronkelijke kenmerken te veranderen. In Photoshop CS5 worden deze bewerkingen niet-destructieve bewerkingen genoemd.

Met slimme objecten kunt u transformaties uitvoeren zonder de oorspronkelijke gegevens te wijzigen. U kunt een laag bijvoorbeeld schalen of roteren zonder dat de oorspronkelijke gegevens of kwaliteit verloren gaan.

Het pictogram rechtsonder in de miniatuur geeft aan dat het om een slim object gaat.

Niet-destructieve bewerkingen

Omdat bij niet-destructieve bewerkingen geen gegevens uit de afbeelding worden verwijderd, neemt de afbeeldingskwaliteit niet af wanneer u bewerkingen uitvoert.

Een slim object maken

U kunt op verschillende manieren slimme objecten maken:

  • met de opdracht Bestand / Openen als slim object;
  • door een bestand te plaatsen met de opdracht Bestand / Plaatsen;
  • vanuit Bridge met de opdracht Bestand / Plaatsen / In Photoshop;
  • door een of meer Photoshop-lagen om te zetten in slimme objecten met de opdracht Omzetten in slim object uit het menu van het deelvenster Lagen.

Wanneer u een slim object bewerkt, wordt de broninhoud geopend in Photoshop. Wanneer u de wijzigingen in de broninhoud opslaat, worden de bewerkingen weergegeven in alle gekoppelde exemplaren van het slimme object in het Photoshop-document.

Be Sociable, Share!

Nu online

Dat ándere blog